Kermis in de stad
[klik voor vergroting]
Het woord vertelt zelf zijn geschiedenis: de ker(k)mis, de mis die jaarlijks werd opgedragen om de wijding van de kerk of de naamdag van zijn beschermheilige te vieren. Nog steeds heeft ‘s-Hertogenbosch zijn Sint-Jansmarkt en Gulpen zijn Sint- Hubertusmarkt.
Tijdens de kermis, die in de 16de eeuw soms wel drie weken kon duren, was er vrijhandel in de stad en mochten ook vreemdelingen er hun spullen verkopen. Bovendien kregen mensen die iets op hun kerfstok hadden, een vrijgeleide. De mensen kwamen dan ook van heinde en verre naar de stad: handelaars, marskramers, kwakzalvers, artiesten en natuurlijk ook zakkenrollers en bedelaars. Er werd gedanst, gegeten en veel gedronken. Bij uitstek was de kermis ook de plaats waar jongens op jacht gingen naar een geschikte huwelijkskandidaat. In de 19de eeuw leek de kermis ten dode opgeschreven. De (protestantse) kerk beschouwde de feestelijkheden als zondig. Dominees verboden vanaf de kansel elk kermisbezoek. De traditionele kermis verdween dan ook meer en meer. Nu heeft de kermis meer weg van een pretpark, waar de bezoekers vooral kinderen en jongeren zijn. De tijd dat de kermis hele steden en dorpen in zijn greep had, is voorbij. |
Baltische vluchtelingen
1946 -
VN-medewerker M. Rutten pleit voor de komst naar Nederland, als dienstbode, van Baltische meisjes uit de vluchtelingenkampen in Duitsland. In 1947 worden 50 meisjes uit de Oostzeelanden tewerkgesteld in twee Amsterdamse ziekenhuizen; in 1950 worden in Nederland 200 bejaarde Baltische vluchtelingen toegelaten.
Feesten en gewoontesGerelateerde artikelenRelevante tijdvakken |
|