Christiaan Huygens genomineerd voor grootste Nederlander aller tijden
Christiaan Huygens (1629-1695) was Nederlands eerste grote natuurkundige. Al op jonge leeftijd befaamd, maar op zijn oude dag geestelijk in zwaar weer.
Een ‘gezellige oom’ moet Huygens zijn geweest. Zijn leven lang vrijgezel en genoeg curieuze zelfgemaakte apparaten in huis om zijn neefjes en nichtjes te vermaken. Zo ziet Huygens-biograaf Cees Andriesse Nederlands eerste grote natuurkundige en uitvinder van het slingeruurwerk.
Hiermee werd Huygens als jonge twintiger in een klap wereldberoemd. Kort daarvoor had de jeugdige wetenschapper al zijn kunsten als lenzenmaker laten gelden. Met een zelfgebouwde telescoop ontdekte hij Titan, een maan van de planeet Saturnus. Bovendien wist hij als eerste de ringen van Saturnus te verklaren. Maar hoe wonderbaarlijk deze praktische uitvindingen ook waren, de academische wereld van nu eert Huygens vooral om zijn denkwerk. Als een van de eersten paste Huygens wiskunde toe op de natuur, wat voor de zeventiende eeuwse wetenschap zeer ongebruikelijk was. De natuur bleek beschrijfbaar en in getallen te vatten, een gedachte die op gang was gebracht door filosoof Decartes. Tot die tijd werden de elementen aarde, water, lucht en vuur vooral zintuiglijk beschreven, bijvoorbeeld in termen van warm, koud, nat of droog – een zienswijze die nog stamde uit de tijd van Aristoteles. De ommekeer die in de zeventiende eeuw ontstond, met Huygens voorop, leidde tot wat sommigen een revolutie in de wetenschap durven te noemen: de natuur heeft een begrijpelijke structuur. Tot diep in de hoogste wetenschapskringen raakte het werk van Huygens bekend. Op uitnodiging van Lodewijk XIV belandde de natuuronderzoeker, na een studie rechtsgeleerdheid en vrije kunsten, in Parijs. Via zijn positie op de Franse Académie Royale des Sciences speelde Huygens jarenlang een leidde rol op het Europese wetenschapstoneel. Tot zijn belangrijkste werken in deze periode behoort het meesterwerk Horologium oscillatorium, uit 1673. Hierin leidde hij de wetten af van de slingerbeweging en stelde hij een verbeterd slingeruurwerk voor. Inmiddels was Huygens uitgegroeid tot een internationale autoriteit en een van de centrale figuren in het Parijse wetenschapsleven. Maar uiteindelijk kreeg de invloedrijke wetenschapper veel tegenslagen te verwerken. Vooral zijn geestelijke gezondheid speelde parten. Hij was eenzaam, depressief en ontwikkelde een ondraaglijke vorm van melancholie. Zijn ongeruste familie haalde hem terug uit Parijs, waarop Huygens lange tijd rust nam. Die adempauze hielp maar kort, want enkele jaren later keerde hij wederom vanwege zijn ziekte terug naar Den Haag, besloot niet meer terug te gaan naar Parijs, en teerde op het riante familiekapitaal. Vanuit zijn Holland onderhield Huygens nog lange tijd banden met collega-wetenschappers, die hem vaak om advies vroegen. Maar gaandeweg ontwikkelde Huygens psychische gesteldheid zich van kwaad tot erger. In zijn laatste levensjaren verwondde zichzelf de wetenschapper zich vaak en leed aan hoofdpijn, zware depressies, eenzaamheid en waanzin. Op 9 juli 1695 stierf hij, in zwakke toestand. Al vrij snel werd het werk van Huygens overschaduwd door een geniale wetenschapper van een jongere generatie: Isaac Newton. De twee hadden overigens sporadisch contact met elkaar maar, vreemd genoeg voor twee brokken wiskundig intellect van zo’n groot formaat, echt vruchtbaar is dat niet geweest. De briefwisseling tussen beide wetenschappers was vooral gekenmerkt door misverstanden, onenigheid en niet in de laatste plaats het generatieverschil. Vanaf de eerste contacten had Huygens al moeite met enkele ideeën van de jonge Newton, over de breking van licht bijvoorbeeld. Als de wet die Newton daarvoor opstelde zou kloppen, dan kon Huygens zijn ontwerp voor de perfecte telescoop in de prullenmand gooien. Wat uiteindelijk ook gebeurde. Tussen al het gekissebis door hadden de twee geniën niettemin veel bewondering voor elkaar. Het contact kwam daardoor nog een keer op gang toen Newton zijn ideeën over de zwaartekracht wereldkundig maakte. Maar ook over dit onderwerp bleken Huygens en zijn Engelse collega op totaal verschillende golflengten te zitten. De manier waarop Newton de zwaartekracht benaderde, als afstandskracht, paste gewoonweg niet in het denkbeeld van Huygens, die alles om hem heen het liefst reduceerde tot materie en beweging. Huygens gaf aan dat hij Newtons ideeën pas een kans zou geven als zwaartekracht met praktische modellen aangetoond zou worden – iets wat tot op de dag van vandaag niet gelukt is. Newton vond dit echter niet nodig, waarop de wegen van beide wetenschapslegendes weer scheidden. Tegenwoordig wordt Huygens ongekend gehuldigd door ruimtevaartorganisatie Nasa en zijn Europese tegenhangers ESA en ASI. In 1997 lanceerden zij een ruimtesonde vernoemd naar Huygens. Het vaartuig lift mee met een andere ruimteverkenner, vernoemd naar zijn collega en tijdgenoot Giovanni Cassini. Na een reis van zeven jaar is de dubbelsonde inmiddels aangekomen bij zijn doel: de ringen van Saturnus en de maan Titan. Het Huygens-gedeelte is inmiddels begonnen uitvoerig onderzoek te verrichten aan Titan, die zich 350 jaar geleden aan een jonge Christiaan Huygens openbaarde. Aschwin Tenfelde
|
cellulaire strafgevangenis
1850 -
Opening van de cellulaire strafgevangenis in Amsterdam, de eerste in haar soort. Na binnenkomst worden de gevangenen opgesloten in een cel. In de zomer moeten ze daar 14 uur per dag werken (touwpluizen, erwten lezen, aardappelen schillen), in de winter 11 uur. Op zondagen zijn ze vrij en mogen ze wat lezen. Bij het luchten krijgen ze een kap op, zodat ze niemand kunnen zien. Spreken is verboden. Tijdens de kerkdienst zit iedere gevangene in een apart hokje, zodat ook dan onderling contact onmogelijk is.
Ondertussen in de...
Republiek
1600-1795
De periode van de statenbond of federatie van de zeven Noord-Nederlandse provinciën... |
|